GELOOFSBELIJDENIS

 
DE BIJBEL

De bijbel is onze complete voor ziener van geloof en regelgeving.  De geschriften, Het Oude en Het Nieuwe Testament, bevatten de verbaal geïnspireerde en gezaghebbende woord van God. 

Deuteronomium 4:1-2    Psalmen 119:11, 89, 105    Jesaja 40:8    Mattheüs 22:29    Romeinen 15:4    2 Timotieus 3:16    Hebreeuwen 1:1-2, 4:12    1 Petrus 1:25    2 Petrus 1:25 

de drie-eenheid

God heeft gekozen om zichzelf te openbaren als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze drie zijn het zelfde in wezen, gelijk in kracht en glorie. God is een drie-eenheid in eendracht.

Deuteronomium 6:4    Jesaja 43:10, 11    Mattheüs 28:19    Marcus 1:9-11   Lukas 3:22    Johannes 5:21-23; 14:10, 16    Romeinen 8:9-11    1 Korinthiërs 8:6               2 Korinthiërs 13:14    Hebreeuwen 1:8-10   Jakobus 2:19

God als een schepper

Uit het niets, maakte God de dingen die het universum, de elementen, het plantleven, de dieren (zodat van elke soort zich kan voortplanten) en uiteindelijk, de mens in het evenbeeld van God. 

Genesis 1:1-27    Nehemia 9:6    Psalmen 33:6,9    Johannes 1:3    Hebreeuwen 11:3 

de godheid van Jezus 

De Here Jezus Christus , de Zoon van God, is God en mens. Jezus Christus is een perfecte God en perfecte mens. Geboren uit een maagd. Hij leidde een zondeloze leven, zodat Hij een vervanging kon zijn voor Gods vraag naar perfectie. Hij stond lichamelijk op van de dood en zat aan de rechterhand van de Vader. Hij zal zichtbaar weer terugkomen.

Mattheüs 1:23; 28:6    Lukas 1:31, 35; 24:39    Johannes 1: 1-3    Handelingen 1:10, 11; 2:22, 33; 10:38    1 Korinthiërs 15:3, 4    2 Korinthiërs5:21    Filippenzen  2:9-11 Kolossenzen 1:16    Hebreeuwen 1:3, 10    7:26    1 Petrus 2:22

Man

Toen Adam en Eva waren weggevallen van hun oorspronkelijke rechtschapenheid en verbondenheid met God, werden zij dood in zonde. Door deze oorspronkelijk zonde werd onze aard zondig. Door de zondigheid van de mens, is de mens geneigd om zijn eigen wil te gehoorzamen in plaats van die van God. Als resultaat, kan de mens uit eigen inspanning geen relatie met God verkrijgen. 

 Genesis 1:26-30    2:7, 18-22; 3    Psalmen 8:3-6; 32:1-5; 36:1; 51:5    Jesaja 6:5    Jeremiah 17:9    Handelingen 17:26-31    Romeinen 1:19-32; 3:10-18, 23; 5:6; 6:6; 7:14-25    1 Korinthiërs 1:21-31; 15:19, 21-22    Efeziërs 2    Kolossenzen 1:21-22; 3:9-11      

REDDING

De bijbel verteld ons dat God gezorgd voor redding voor de mensen die geloven in de menselijkheid en het werk van Zijn Zoon Jezus Christus (zijn leven, de bediening, plaatsvervangend dood en opstanding. Berouw naar God en geloof hebben in de Here Jezus Christus voorwaarden of zijn nodig voor redding. Redding is een gift van God en kan niet verdient word door onze eigen inspanning.

IJesaja 1:18; 53:5-6; 55:7    Marcus 1:15; 3:19; 16:31    Mattheüs 1:21; 27:22-66; 28:1-6    Lukas 1:68-69; 2:28-32    Johannes 1:12; 3:16, 36; 5:24    Handelingen 2:21; 4:12;  16:30-31    Romeinen 1:16-18; 3:23-25; 5:8-10; 6    1 Korinthiërs 1:18    2 Korinthiërs 5:17-20    Galaten 2:20; 3:13    Efeziërs 2:8-10    Filippenzen 2:12-13          Hebreeuwen 9:24-28    Openbaring 3:20           

DE KERK EN DE MISSIE

De kerk de mensen die wedergeboren zijn die samenkomen in Christus, de hoofd van de kerk; waardoor het evangelie word verkondigt en waar gelovigen gevoed kunnen worden. Om het doel van de bediening te bereiken, geloven wij in priesterschap van de gelovigen. En in de bedieningen van Apostels, Profeten, Evangelisten, Voorgangers en Onderwijzers.

Mattheüs 28:19, 20   Marcus.16:15   Acts 1:8   Efeziërs  4:11-16   1 Korinthiërs. 14:12   Efeziërs  4:12    1 Petrus 2:9   Efeziërs  4:11, 12 

DE Wederkomst VAN CHRISTUS

Zijn komst zal persoonlijk, zichtbaar en glorieus worden. De mensen die gestorven zijn in Christus zullen opstaan, dan zullen de levende mensen die verlost zijn zullen worden opgehaald om samen te komen met de Heer in de lucht. Met de wederkomst van Christus zal het begin hebben van de duizend heerschappij van Christus over een wereldse koninkrijk. 

Johannes 14:3    Handelingen 1:10, 11    Hebreeuwen 9:28    Filippenzen 3:20    Zacharia 12:10    2 Tessalonicenzen 1:7    Kolossenzen 3:4    Openbaring 1:7                                     1 Korinthiërs 15:51, 52    I Tessalonicenzen 4:17    2 Tessalonicenzen 2:1    Titus 2:13    Openbaring 20:2, 6